De sokkel als vraagstuk | Freddy Huylenbroeck
Wanneer we het hebben over sculptuur, spreken we nooit enkel over het beeld. We spreken
over een situatie: een lichaam in de ruimte, een object dat zich verhoudt tot zwaartekracht,
tot de blik, tot de vloer, tot de architectuur. En precies in die situatie verschijnt een element
dat eeuwenlang vanzelfsprekend leek, maar sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw
een van de meest geladen vragen van de beeldhouwkunst is geworden: de sokkel.
In de klassieke traditie was de sokkel een functioneel ornament: hij tilde het beeld op,
verleende het een waardigheid, scheidde het van de wereld van de toeschouwer. De
sokkel was een podium, een verheffing, een teken van hiërarchie. Maar al bij Auguste
Rodin begint die vanzelfsprekendheid te schuiven. Rodin experimenteert met sokkels die
te groot, te klein, te ruw, te aanwezig zijn. Hij laat zien dat de sokkel geen neutrale drager
is, maar een actieve deelnemer in de sculpturale ervaring. De sokkel wordt een vraag: Wat
draagt hier eigenlijk wat? Is de sokkel ornament? Onderdeel? Tegenstem? Ruimtelijke
actor?
Vanaf het midden van de jaren zeventig wordt die vraag radicaal. Didier Vermeiren is de
sleutelfiguur op de Vlaamse kunstscene: hij maakt sokkels zonder beelden, beelden die
sokkels citeren, sokkels die zichzelf tentoonstellen. Hij toont dat de sokkel niet langer een
dienaar is, maar een conceptueel instrument. De sokkel wordt sculptuur. De sculptuur
wordt een sokkel. De verhouding tussen beide wordt een dialoog, een veld van spanningen
waarin betekenis ontstaat. Vanaf dan is de sokkel geen vanzelfsprekendheid meer, maar
een keuze — en elke keuze is een uitspraak over ruimte, lichaam, gewicht, context en
geschiedenis.
Waarom een sokkel?, blijft een open vraag.
Door het beeld op te tillen, te isoleren, te kaderen maakt hij ruimte, tijd en verhouding.
Relatie tussen object en vloer, tussen object en mens, tussen object en omgeving, natuur
of architectuur. Een sokkel is dus nooit neutraal, veeleer een architectonische uitspraak
over het gewenste, verhoopte, opgelegde of modaal verwachte patroon van presentatie:
hoe men een sculptuur gezien wil worden?
Toen Rodin in 1889 zijn Burgers van Calais wilde presenteren, besloot hij het hoge voetstuk
waarop beeldhouwgroepen gewoonlijk geplaatst werden, weg te laten, en het te vervangen
door iets dat niet hoger was dan een dikke plaat. De gedachte alleen al schokte toen Calais
en zijn opdrachtgevers. Een monument dat niet op een sokkel mocht geplaatst worden, en
zonder hek er omheen, was not done. De kunstenaar moest bakzeil halen. Nochtans wilde
hij enkel het publiek de gelegenheid geven tot het hart van de voorstelling door te dringen,
als het ware, schouder aan schouder te staan met zijn gebeeldhouwde figuren.
Het zou echter nog meer dan dertig jaar duren vooraleer men de intentie van de artiest
aar waarde begreep, de sculptuur van zijn voetstuk werd gehaald en overgebracht werd
naar de locatie die Rodin voor zijn beeldengroep had uitgekozen.
Het kan inderdaad verkeren!
Maar even belangrijk is wat gebeurt wanneer de sokkel verdwijnt. Een beeld dat
rechtstreeks op de grond staat, verliest zijn verheffing en komt in de wereld van de
toeschouwer terecht. Het wordt lichamelijk, nabij, soms zelfs confronterend. De sculptuur
wordt niet meer bekeken als een object op afstand, maar als een aanwezigheid die
dezelfde zwaartekracht deelt als wij.
De afwezigheid van de sokkel is dus evenzeer een keuze, een uitspraak over
democratisering, materialiteit en lichamelijke nabijheid.
Het project Wisselsokkels vertrekt precies vanuit deze historische en conceptuele
spanning. Vijf bestaande sokkels worden aangeboden als mogelijkheden, niet als
verplichting. Kunstenaars worden uitgenodigd om te beslissen: Gebruik ik de sokkel?
Negeer ik hem? Onderzoek ik hem? Saboteer ik hem?
De sokkel wordt een open vraag, een uitnodiging tot positionering.
Hilde Van de Walle, Michel Janssens en Luc Schelstraete.
Deze drie kunstenaars maken hier gebruik van de sokkel, beschouwen hem als essentieel
onderdeel voor de presentatie. Voor hen betekent hij geen bijkomstigheid, maar een
architectuur van aandacht. De sokkel tilt het beeld op uit de wereld, maakt een zone van
contemplatie, verleent het sculpturale lichaam een eigen atmosfeer. Hun keuze sluit aan
bij
de traditie van de modernistische sculptuur: de sokkel als ruimtemaker, als
noodzakelijke partner in de sculpturale dialoog.
Rik Annerel kiest radicaal anders: zijn beelden staan rechtstreeks op de grond. Hier wordt
de sculptuur een aanwezigheid zonder bemiddeling. Geen podium, geen verheffing, geen
afstand. Het beeld deelt onze wereld, onze vloer, onze zwaartekracht.
Dit sluit aan bij de postminimalistische gevoeligheid: de sculptuur als object in de ruimte,
niet als verheven entiteit.
Uiteraard is dit niet de enige denkpiste.
Zo heeft Hilde Van de Walle voor haar werk Whispering Clouds ook de sokkel weggelaten.
Hier spreekt de surrealistische beeldtaal van de kunstenares. In deze sculptuur verschijnt
de wolk als een poëtisch symbool van het ongrijpbare. Zij verwijst naar dromen,
herinneringen en gedachten die zich niet laten vastleggen, maar voortdurend in beweging
zijn. Tegenover de stevigheid van het brons brengt de wolk lichtheid en verstilling. Zo
creëert zij een verbinding tussen het aardse en het spirituele, tussen wat zichtbaar is en
wat enkel kan worden gevoeld. Van de Walle beseft al te goed dat haar gecreëerde
spanningsveld tussen gewicht en gewichtloosheid, tussen zwaartekracht en zweven van
deze wolk geen sokkel nodig heeft.
De finale betekenis van Wisselsokkels.
Door deze vier kunstenaars samen te brengen, toont Wisselsokkels dat de sokkel geen
technische kwestie is, maar een fundamentele sculpturale keuze. Elke sokkel — gebruikt
of genegeerd — wordt een uitspraak over de gewilde verschijningsvorm, de verhouding
tot de ruimte, tot de blik van de beschouwer en definieert het bewustzijn, de identiteit van
de creatie: de sculpturale entiteit.
Het project maakt zichtbaar dat de sokkel vandaag een kritisch instrument is: een manier
om sculptuur te denken, te tonen en te ervaren.
De sokkel is geen voetstuk. De sokkel is een vraag.
En Wisselsokkels is het veld waarin die vraag telkens opnieuw gesteld zal worden — door
kunstenaars die elk op hun manier tonen dat sculptuur nooit alleen staat, maar altijd in
dialoog is met de ruimte die haar draagt, verheft of juist loslaat. En net deze dialoog wordt
dan de discussiestof tussen de visie van de geselecteerde professionele kunstenaar en de
cursisten van het beeldhouwersatelier van docent Wim Van den Bossche, kunstenaars in
spé.

